Rouwrituelen en rouwverwerking in de joodse traditie

‘De wond heelt, maar het litteken blijft diep’

Net als bij de rouwrituelen van de Marrons* is er ook in de rouwrituelen binnen de joodse traditie sprake van afzonderingsrituelen na het overlijden. In de joodse traditie is een nauwgezet patroon van rouwgebruiken vastgesteld. Dit patroon stoelt op drie cycli van rouw. De eerste beslaat zeven dagen na de begrafenis, de tweede dertig dagen en de derde een jaar. In de eerste zeven dagen zijn de beperkingen die zijn opgelegd het strengst. Ze nemen af bij de overgang naar de cyclus van dertig dagen en bij de overgang naar een jaar.

De eerste week is de week van het sjiwe zitten

In de eerste week wordt er sjiwe (zeven) gezeten. De rouwende zit op een laag bankje of op de grond en wordt door een vriendenkring verzorgd. Meestal wordt in een rouwadvertentie de tijd aangegeven van de sjiwe. Elke avond wordt er door een rabijn een kort gebed gelezen en wordt er iets gelezen uit de Talmoed. Ook wordt elke avond het kaddiesj gebed opgezegd. De rouwende kan zijn verhaal telkens weer vertellen en wordt door de bezoekers getroost.

In de Talmoed worden verboden opgesomd die tijdens de zeven dagen na de begrafenis gelden voor de rouwende. De rouwende mag zich niet wassen, zijn kleren niet wassen, zich niet scheren en het haar niet knippen, geen schoenen dragen, zijn gezicht niet tonen, zijn hoofd niet zalven, niemand groeten, de thora niet bestuderen, geen werk verrichten en geen sexuele gemeenschap hebben. Shlomo Tagger: ‘Als je een joodse man ziet die opeens een baard heeft en daarvoor nooit, weet iedereen dat het een teken van rouw kan zijn.’

De rouwende verliest zijn openbare persoonlijkheid. Er is sprake van een uitstoting van de rouwende uit de gemeenschap. Dit heeft volgens Moshe Halbertal (Nexus, 2004) te maken met het existentiële bewustzijn van de rouwende. De rouwende voelt zich apart staan, voelt zich buitengesloten en heeft zich van de wereld losgemaakt omdat die wereld zijn innerlijke toestand niet weerspiegelt. De zon blijft opkomen na de pijnlijke nacht, het drukke leven van mensen gaat door, terwijl het leven van de rouwende stil staat.

De rouwende voelt zich buiten de gemeenschap geplaatst, een uitgestotene. In de verhouding tot de wereld vormt de band met mensen van wie we houden de verbindende schakel. Het verlies van die persoon is dan ook automatisch de losmaking van de streng die ons met het leven verbindt. Met het verlies van onze geliefde gaat ook die uitgestoken hand verloren.

Volgens Halbertal is het drama van de rouwweek de verhouding tussen de vervreemding die de rouwende ervaart naar de wereld om hem heen en de pogingen van de omgeving die vervreemding bij de rouwende op te heffen.

Rouwverwerking

Halbertal verstaat onder rouwverwerking het proces waarbij de nabestaande geen afscheid neemt van de overledene, maar deze juist verinnerlijkt. We blijven volgens hem voortdurend in een intern gesprek met degene van wie we hebben gehouden. Rouw is niet bedoeld om de rouwende van de overledene te scheiden, maar om hem in staat te stellen vorm te geven aan zijn vervreemding van de wereld tot aan zijn terugkeer naar die wereld. De wond heelt, maar het litteken blijft diep.

De overledene geeft ons geen antwoord meer, maar hij zit in ons, leeft als het ware voort in ons innerlijk. Nieuwe relaties, andere liefdesobjecten, komen niet in de plaats van de overledene. Nieuwe relaties gaan meedoen aan het gesprek met de overledene. Een dochter die haar vader heeft verloren, zegt tegen haar geliefde: ‘Jammer dat je mijn vader niet hebt gekend en ze vertelt hem verhalen over hem zodat hij ook gaat leven voor haar geliefde’. De liefde waarmee de ander luistert maakt dat zij hem weer tot leven brengt in die nieuwe relatie.

Het trauma dat we met rouwverwerking te boven proberen te komen, is volgens Halbertal, ergens anders te lokaliseren, namelijk in onze verhouding tot de wereld die kil en afstandelijk is gebleven, die is blijven doordraaien alsof er niets is gebeurd, die niet reageerde op onze pijn en ons verlies niet deelde.

Met het rouwritueel blijft ten minste de directe sociale omgeving stilstaan. Ze blijft stilstaan bij het verlies, kent het gewicht toe. Rouw probeert ons opnieuw in de wereld te plaatsen, na het verlies van onze band met de wereld. Het proces van de herplaatsing van de rouwende in de wereld wordt beschreven in de talmoed en heeft in de joodse traditie een ruimtelijk component.

De eerste week gaat een rouwende zijn deur niet uit. Na die eerste week komt er iemand van de gemeente die de sjiwe opheft door een uitspraak in het hebreeuws. De tweede week komt de rouwende buiten de deur, maar gaat niet op zijn plaats in de synagoge zitten. In de derde week gaat hij op zijn plaats zitten, maar spreekt niet. In de vierde week is hij als ieder ander.

Rouwverwerking krijgt een ruimtelijke uitdrukking, wordt dus niet gezien als afscheid van de overledene, maar als geleidelijke terugkeer naar de wereld waarin de overledene voortaan ontbreekt. In elk van die fases bevindt de overledene zich binnen in ons. De vraag is hoe wij terugkeren naar de wereld, naar onze eigen plek in de volle betekenis van het woord.

Meer weten?·
.Evers, L., Jodendom voor beginners, Forum, Amsterdam, 2005.
·Heide, A. van der, Jodendom, Kok, Kampene,2006 vierde druk.
·www.joods.nl: webruimte voor joodse organisaties, een digitale krant en artikelen over het jodendom.
·Martel, S., Sterk als de dood; Sterven en rouw in joods perspectief, Eburon, Delft, 2004

Door: didoblonk

Meld misbruik!
Reageer Via:
Reacties
Wil je de eerste zijn die reageert op dit item ? Klik op Reageer!

Vraag en antwoord

Stel je vraag aan de redactie en ontvang snel antwoord.

Volg ons ook op:

Jouw Troost voor Tranen profiel

Login met je e-mailadres en wachtwoord.
E-mailadres
Wachtwoord
Wachtwoord vergeten? Klik hier!

Nog geen account? Klik hier!

Sluiten