De oude dame

Ik zelf sta midden in het leven. Maar wat als het leven niets meer te bieden heeft?
Kun je verlangen naar de dood omdat je klaar bent op aarde?
Wat heeft de dood dan te bieden?
En:
Wanneer kun je die vraag beantwoorden?

“Ik wil niet meer”, zegt ze. En dat is goed.
De oude dame ligt in bed.
Broos, maar tegelijkertijd ook met een zekere kracht.
Ik had haar een tijdje niet gezien. Wist niet dat ze ziek was.

Nu was ik bij haar op bezoek, in het verpleeghuis. Haar witte haren rommelig op het kussen.
Ze kijkt me aan, maar ik weet dat ze me niet kan zien. Ik glimlach, maar dat is dus overbodig.
Ik ben geen familie, maar we kennen elkaar.
Op mijn vraag of ze het wel goed vind dat ik haar hier bezoek zegt ze dat het goed is. Dat stelt gerust, want ik wist het niet zeker.
Als ik vraag wat er gebeurd is begint ze te vertellen dat ze pijn had en naar het ziekenhuis ging.
En er volgt een heel verhaal over wat haar bezighoudt. Ik kan het niet zo goed volgen. Maar het is fijn om haar zo te horen praten. Ik kijk naar haar. Hoe ze met gebaren haar woorden onderstreept.
Ik zie tekenen van haar sterven, maar denk dat ik het fout heb. Ze is nog zo helder in haar praten, refereert aan een gesprek wat we eerder hadden. Verwarring voel ik bij mezelf.

Maar dan vertelt ze dat ze niet meer wil leven. Het leven heeft niets meer te bieden. Haar broer is recentelijk overleden. Voor haar is het nu ook tijd om te gaan. Niets bindt haar meer aan hier.
Ze vraagt om een slokje water. Ik geef het aan. Ze ziet het niet, dus ik vouw haar handen om het glas en ze drinkt.
Ze wijst naar haar borst en vertelt dat ze daar een ding heeft. En dat ze daar een prik in kreeg. Ik snap het niet. Maar ik ben slechts toehoorder. Uitleg is niet nodig.
We praten een tijdje over de dood. En ik merk dat ze het leven makkelijk los kan laten. Dat haar blik al gericht is op het sterven. Ik zeg haar dat ik haar dapper vindt.
-slokje water. Ik help weer.
Ik wrijf even over haar arm in het gesprek. Haar armen en handen voelen verrassend zacht voor zo’n sterke vrouw.
De tijd verstrijkt. Ik zie dat ze moe wordt en als ik het vraag beaamt ze dat. Ze heeft ook veel pijn.
Dan komt er een verpleegster binnen; het is tijd voor de morfine. ‘De prik in het ding op haar borst’, ik snap het nu.
Ze wil nog niet dat ik ga, merk ik. Ze praat en praat. Opeens zakt ze weg. Ik wacht tot ze terug is, maar ze glijdt weer af in die schemertoestand.
Als ze even terug is zeg ik dat ik ga. Ik kom snel weer op bezoek. Als ze dat wilt. Dat wil ze.
Ik neem me voor snel weer te gaan.
Maar de volgende dag wordt ik gebeld.
De oude dame is niet meer.
In de schemering van de avond drink ik een glas wijn. En denk aan deze lieve vrouw.
Ik hoop dat de dood voor haar is wat ze ervan verwacht.
Proost.



Door: Roos

Meld misbruik!
Reageer Via:
Reacties
mooi verhaal. Ja, kan me zo voorstellen dat ze het heeft gehad en niet meer wil. Soms blijft er zo weinig over en ook haar broer die er nu niet meer is. Goed dat ze daarover met jou nog kon praten.

Vraag en antwoord

Stel je vraag aan de redactie en ontvang snel antwoord.

Volg ons ook op:

Jouw Troost voor Tranen profiel

Login met je e-mailadres en wachtwoord.
E-mailadres
Wachtwoord
Wachtwoord vergeten? Klik hier!

Nog geen account? Klik hier!

Sluiten